Noorwegen

oktober 2018

Stijn en ik maakten een 12-daagse roadtrip door Noordelijk Noorwegen met maar één doel voor ogen: het bereiken van de mythische Noordkaap. Niet de smeedijzeren Globe die we allemaal kennen vanuit de boekjes, wel de rode brievenbus op het échte meest noordelijke punt van Europa. Na een doortocht boven de poolcirkel van bijna 1700 km, leidde een 18km-lange trail ons naar het hoogtepunt van onze reis. Speciaal voor Zuiderhuis hielden we een reisdagboek bij.

Bodø

14 oktober

Klaar voor boarding. Het groepje Noren dat voor ons instapt, is goed gepakt en gezakt. Door hun gedeeltelijk doorzichtige winkeltassen zien we nog net de flesjes Kwak – met bijhorend handvat – en sixpacks Chimay. En dan hebben we het plots door. Alcohol is in Noorwegen dubbel zo duur als in België, dus een stop bij de Taxfree was een beter begin geweest. Gemiste kans, maar zo loopt het eigenlijk meestal. Door onze drukke agenda’s zijn onze reizen gewoonlijk amper voorbereid en wordt de reisgids pas in het vliegtuig voor het eerst opengeslagen. 

Onze tussenlanding in Oslo duurt maar een klein uur. Net lang genoeg om een eerste indruk op te vangen van de vernieuwde luchthaven. Met haar met planten beklede muren, natuurstenen gangpaden en lampen in de vorm van bomen, is dit de mooiste terminal die ik ooit gezien heb en ineens een voorbode van wat we nog te zien gaan krijgen.

Aangekomen in Bodø pikken we onze huurwagen op – een full-option, wat een meevaller – en begeven we ons richting stadscentrum. Deze studentenstad is het vertrekpunt van onze reis en ligt op 67° noorderbreedte, net boven de poolcirkel. Onze eerste mijlpaal is bereikt! We vieren dit met een hamburger bij Burgasm, een van de weinige zaken die op zondagavond geopend is. Het interieur heeft een hoog punkgehalte en de lederen rode zetels doen je instinctief mogelijk omkeren, maar de burgers smaken er goed. De vegetarische van bruine rijst en pompoen is een aanrader.

15 oktober

Tomorrowland-achtige wegwijzers

Steigtind ligt net buiten het stadscentrum en is met haar 793 m een van Bodø’s meest iconische bergen. En de ideale starter voor onze eerste hike. Na een pittige klim, noteren we op de top onze namen in het logboek en krijgen we een eerste impressie van het Noorse landschap. Deze ruige ongerepte natuur wordt de komende 11 dagen onze habitat.

Terug beneden picknicken we in de auto op de gastenparking van Kløkstad Fritidshavn. Een simpele manier om geld te besparen, want het leven is hier allesbehalve goedkoop. Voor een fles wijn betalen we 100 kronen (iets meer dan €10) bij de Vinmonopolet. Deze staatswinkel heeft als enige het monopolie op dranken met een alcoholpercentage hoger dan 4,75% en staat dus al snel geprogrammeerd als favoriete bestemming in onze GPS.

Goed bevoorraad schuiven we een uur later aan voor de ferry richting Lofoten. Een technisch defect is de oorzaak van twee uur vertraging en we beginnen ons ten slotte zelfs af te vragen of er überhaupt nog een boot zal uitvaren. Enige communicatie blijft uit, dus na overleg met de locals, gokken we op een volgende ferry 240 km verder noordwaarts. Het dorp heeft de naam Skutvik en die blijkt vrij toepasselijk, want door het donker zien we nog net een A4-tje op het verlaten havenhuisje hangen: ‘Laatste ferry op 31 augustus’. Op zo’n momenten ben ik blij dat het internet bestaat. Hierdoor kunnen we nog net op tijd aan boord van de ferry in Bognes. De zee is die nacht woelig en de ferry ruikt naar geit dankzij de enorme veewagen die in het ruim naast onze auto staat geparkeerd. Het wordt er dus niet beter op. Gelukkig hoeven we eenmaal aan wal nog maar 55 km te rijden, een eitje! Maar dan breekt er stormweer uit. Regen valt met bakken uit de lucht en de strakke wind maakt het haast onmogelijk om de wagen recht op de weg te houden. Pas om half 4 ’s morgens waaien we de vissershut binnen. We drinken nog een wijntje op de goede afloop en kruipen dan eindelijk ons bed in.

Lofoten

16 oktober

Onze rode vissershut is een van de velen in Mortsund. Omgeven door een zonovergoten houten terras dat uitkijkt op de vissersboten en de bergen is #wokeuplikethis hier een understatement. Na een stevig ontbijt nemen we de auto richting het eiland Moskenes, hét paradijs voor Instagrammers, waaronder ikzelf.

Hamnøy

We beklimmen er Reinebringen (450 m) en kijken uit over Hamnøy, Sakrisøy en Reine. Uitgestrekt over meerdere schiereilanden en omgeven door zee en hoge spitse bergtoppen, zijn deze vissersplaatsjes adembenemend mooi. Iets verderop op de bergkam aanschouwt het groepje Erasmusstudenten dat we gisteren in de ferryhal ontmoetten hetzelfde tafereel. Al chitchattend dalen we samen af tot een van de meisjes opeens ‘Orcas!’ roept. Iedereen staat abrupt stil voor de twee jagende orka’s net vooraan de kust. Op een steile bergwand, middenin een regenbui, staan we daar met z’n allen en bedenk ik: ‘Dit is het. Dit is reizen. Een heerlijke clash van ontmoetingen, onvoorspelbare omstandigheden en onbeschrijfelijk mooie plekken. En ik krijg er geen genoeg van.’

Onderaan de berg nemen we afscheid en blazen we uit bij Anitas Sjømat. Deze okergele vissershut in Sakrisøy heeft een Scandinavisch interieur, inclusief lusters van stokvis, en serveert overheerlijke krab met aioli. Er is een winkeltje met plaatselijke delicatessen, zoals grof zout van de Saltstraumen. Zo’n potje steken we alvast in onze valies voor thuis.

Sakrisøy

Senja

17 – 19 oktober

We zetten onze reis verder richting het noorden en pauzeren onderweg in Polar Park, de meest noordelijke zoo van Europa. Het park heef slechts twaalf vertrekken maar is in totaal 11 000 vierkante meter groot. Het belang van de dieren staat hier voorop en we moeten dus geluk hebben om ze te kunnen zien. We spotten wolven, elanden, lynxen en twee tv-sterren: bruine beer Pepper en zijn albinozus Salt van de gelijknamige één-serie Polar Park.

Net voor de verbindingsbrug tussen het vasteland en het eiland Senja maken we nog een bevoorradingsstop in Finsness. Noodgedwongen dit keer, want op het eiland Senja zijn er geen tankstations of winkels. Alleen pure natuur én een kerstradiozender die wegvalt iedere keer we door een bergbocht rijden. We maken een omweg voor de verbluffende uitkijkpunten Bergsbotn en Tungeneset en nemen dan onze intrek in een van de appartementen van Hamn I Senja. Eenvoudig, stijlvol en met een prachtig uitzicht, is zo’n appartement het toevluchtsoord bij uitstek na een pittige Segla hike. Het hotel heeft trouwens ook haar eigen vuurtoren en volgens de receptionist kunnen we vanavond wel eens geluk hebben met het noorderlicht. Helaas, we reppen ons twee avonden voor niets naar buiten. Letterlijk te veel wolkjes aan de lucht. Een kleine teleurstelling, maar de schattige wezels die tussen de rotsen springen, maken veel goed.

Bergsbotn
Tungeneset
Segla
Hamn I Senja

Noordkaap

20 – 21 oktober

We gaan opnieuw voor een scenic route en rijden 40 km om voor een brug waarop ik na één pas verstijf van de hoogtevrees. De Gorza Bridge strekt zich uit over de 153m-diepe Sabetjohk Canyon en is ’s zomers een adrenalinekick voor bungeejumpers. Verder passeren we het plaatsje Skibotn (als ik ooit als Noorse gemeente moet fusioneren, weet ik het wel). Na 465 km komen we eindelijk aan in Alta. Hoewel de wegen hier in veel betere staat zijn dan in België, moet ik toegeven dat de marathonritten op m’n humeur beginnen werken. Doordat we pas laat aankomen, missen we de UNESCO-beschermde rotstekeningen, een van de hoogtepunten van Alta. Jammer, maar de volgende dag heeft gelukkig heel wat voor ons in petto. 

De wekker luidt al vroeg en na een stevig ontbijt doorkruisen we de toendra. In deze uitgestrekte witte vlakte smelt ik weg voor de rendierkuddes die nonchalant links en rechts de weg oversteken. Deze dieren maken deel uit van de typische Sami-cultuur, het oorspronkelijke nomadische volk uit Noord-Europees Lapland of zoals wij ze noemen, ‘de Lappen’. Al houden we dat beter voor onszelf. We willen niemand beledigen.

Aan de kustweg zien we voor het eerst stokvis op droogrekken hangen. Gek, want de kabeljauw zou al lang gedroogd moeten zijn. Als we dichter gaan, zien we dat de lichamen al verwijderd zijn en het enkel nog om de koppen gaat. Wat een aroma!

Aangekomen in de Noordkaaphal zijn we bij de weinige bezoekers. Een groot voordeel van reizen in het najaar want volgens de reisgids strijken hier ’s zomers tientallen toeristenbussen en honderden campers neer. We betalen 200 kronen voor de entree, maken een selfie aan de Globe en dan is het eindelijk zo ver. Deze 300m-hoge rots was als het meest noordelijke panoramapunt slechts een begin. Nu gaan we voor the real deal: Knivskjelodden, dat op 71° 11’ 08” noorderbreedte het ‘echte’ einde van de wereld is.

We lopen door een glooiend grasland met hier en daar rotsgebergtes en meren. Alles baadt in een goudgele gloed. De zon gaat hier om 16u onder. Er is dus geen tijd om te rusten of te eten. De rode T’s die op rotsen gemarkeerd staan, leiden ons over glibberige rotsen naar de Barentszee. Vanaf de kust is het nog maar een paar honderd meter klauteren en dan staat hij daar: dé nieuwe mijlpaal in ons leven. Met veel trots noteren we onze namen in het logboek en moeten dan weer vertrekken want de zon gaat achter de berg al grotendeels onder. We kauwen nog snel een Snickers weg en ik vereeuwig het moment met een gigantische uitschuiver. Op de gladde rotsen maak ik een smak tegen de grond waarna ik omrol in de modder. Met een pijnlijk bovenbeen en stinkende natte jas begin ik aan de terugweg. De laatste kilometers zijn pittig en Stijn trotseert ze met twee rugzakken. Na 18 km komen we terug aan bij onze auto. Het is net donker en we zijn moe, maar voldaan. Deze dag was e-pisch.

Tromsø

22 – 24 oktober

Vanuit Honningsvåg rijden we naar Hammerfest en daar nemen we de Hurtigruten terug naar het zuiden. We genieten ervan om een dag niet te moeten rijden en spelen spelletjes in de bar terwijl we langs mooie fjorden varen. 

De stad Tromsø staat bekend als het ‘Parijs van het Noorden’ en ligt in het midden van de noorderlichtovaal. Hét gebied met de grootste kans op noorderlicht, dus we houden opnieuw onze vingers gekruist. In het centrum ontpoppen we ons als echte stadsmensen en stappen de ene na de andere winkel binnen. In elke straat ligt er wel een outdoorwinkel. Als ik me niet inhoud, ga ik buiten met alles van Fjällräven. Qua bezienswaardigheden doen we Polaria, het meest noordelijke aquarium met een soort van dominodesign, de IJszeekathedraal die voortaan op het lijstje van mooiste kathedralen mag en het scheepswrak op het strand van Tisnes. Lunchen doen we bij Risø. We moeten even buiten wachten, maar het loont de moeite. Deze hippe en drukke zaak brandt haar eigen koffie en heeft een kleine kaart met typische Noorse gerechten zoals pyttipanna wat Zweeds is voor “etensrestjes in pan”. 

We reizen verder naar Narvik en komen onderweg de laatste rendieren tegen. Hoewel… de allerlaatste neemt Stijn ’s avonds op zijn bord bij Kafferiet, het enige restaurant dat we in Narvik kunnen vinden. Ik proef mee en het heeft iets weg van stoofvlees.

Na een besneeuwde bergpas zijn we de volgende dag alweer terug in Bodø. We babbelen bij Babel Barista bij en gaan voor een Bourgondische afsluiter bij Hundholmen Brygghus, een gezellige gastropub met een uitzonderlijk groot assortiment aan bier. 

Als ik terugkijk, was deze reis letterlijk “het einde”, met veel hoogtepunten en weinig dalen, met overnachtingen in lowbudgethotels die snel genoeg afgewisseld werden met unieke vissershutten, ongeziene wildlife en bescheiden locals, met nachten zonder noorderlicht en… met het moment waarop wij, onder ons twee, als enigen op het meest noordelijke punt van Europa stonden.

PRAKTISCH

  • Reisinfo en prijs via Zuiderhuis: NOORWEGEN – Absoluut noord – 10 dagen (wij maakten er 12 van)
  • Om de prijs te drukken, sliepen we meermaals in hotelketens Scandic Hotel en Thon Hotel en gingen twee keer voor een tweedaags verblijf in een exclusiever oord: een vissershut van Statles Rorbusenter (Mortsund, Lofoten) en een appartement van Hamn I Senja (Senja). Deze verblijven waren een belevenis op zich en absolute aanraders. 
  • Onze gouden gids was de Trotter. Deze reisgids is heerlijk eerlijk en adviseert je waar je wel én niet moet zijn. Omdat we de vertrekpunten (en parking) van wandelingen niet altijd even snel konden terugvinden, hielden we de website 68north.com bij.
  • Met het noorderlicht moet je geluk hebben en dat hadden wij helaas niet. Het kan geen kwaad om dit regelmatig te checken. Zowel het weerbericht als de app Norway Lights helpen je hierbij.