De ontdekking van het vijfde continent

SEP/OKT 2019 I REISVERHAAL

Tot voor kort was Australië steevast de zwarte piet op onze bucket list. Excuses als ‘te ver’, ‘te duur’ en ‘te weinig verlof’ maakten dat deze topbestemming jaarlijks met een tikkeltje spijt werd doorgeschoven. Tot we impulsief beslisten om de grote oversteek te maken en er eindelijk achter kwamen welke troeven het rode continent echt uitspeelt. Want naast de verschillende klimaatzones, ongerepte natuur en iconische bezienswaardigheden, is het vooral de down-to-earth mentaliteit waarmee Oz ons voor zich gewonnen heeft. – Speciaal voor Askja hielden we een reisdagboek bij.

Sydney

“De douaneambtenaar bekijkt onze paspoorten met veel aandacht en zegt uiteindelijk goedkeurend: ‘Dus je viert je verjaardag in Sydney… dat is geweldig! Geniet van jullie vakantie.’ Oef. Stijns nakende verjaardag en ons onbevangen enthousiasme maakt de grenscontrole in Sydney tot een fluitje van een cent. Omdat Australië een geïsoleerd eiland met unieke fauna en flora is, wordt het – terecht – beschermd tegen invloeden van buitenaf, en dit maakt de controles op inkomend verkeer en het migratiebeleid erg streng. Je op voorhand goed informeren over de verschillende visa en douaneregels is dan ook aangewezen. Na een vliegreis van gemiddeld 20 uur, is het dan eindelijk tijd om onze benen te strekken in de bekendste stad van Down Under : Sydney. Ons hotel ligt in de schaduw van de Sydney Harbour Bridge, op een boogscheut van het iconische Opera House en is dus de ideale uitvalsbasis voor het begin van onze rondreis, én onze eerste Australische pils. Althans, dat laatste maak ik mezelf wijs want nog voordat ik mijn tweede glas heb leeggedronken, hakt de jetlag erin en moet Stijn zijn verjaardag noodgedwongen alleen verder vieren.

Nadat we ons ontbijt met de eerste en ineens laatste vegemite sandwich achter de kiezen hebben, is het tijd om de jonge havenstad te verkennen. In amper twee uur tijd gidst Jack van Bonzabiketours ons al fietsend langs Park Hyatt, Harbour Bridge, Barangaroo en Hyde Park, helemaal tot aan de Royal Botanic Gardens en Mrs Mcquarie’s Shair. De rit is goed voor een eerste impressie van de stad, en wat opvalt: de sfeer is relaxt en het straatbeeld proper. ‘Typisch de Australische mentaliteit’ zullen we later nog een paar keer zeggen, en dat terwijl de ibissen, of bin chickens zoals de locals ze hier noemen, de vuilnisbakken terroriseren. Ook vanaf het water is de eerste indruk allesbehalve teleurstellend, en bijkomend pluspunt: je kan via deze weg heel wat verborgen strandjes aandoen. Aan boord eten we garnalen van de BBQ of barbie terwijl we door één van de drukste plekken van de stad varen: Darling Harbour. Deze uitgaanswijk met restaurants, bars en een wekelijks vuurwerk op zaterdag, puilt uit met toeristen en is dus qua eetgelegenheid net iets te druk als je het ons vraagt. Eten doen wij het liefst als een local bij Ventuno of in het vintage, bijna kitsch, interieur van The Grounds. Want naast opperbest eten, kun je hier ook gezellig aperitieven. Ze maken er de lekkerste cocktails, waaronder de Grounds Mule met gekruide rum, gember en limoen. Tip: Hou op weg naar The Grounds halt aan de fotogalerij van Matt Pearson. Zijn artistieke foto’s van land- en zeeschappen zijn waanzinnig mooi en absoluut de moeite waard om even binnen te gluren. Andere adresjes die je tijdens je citytrip zeker niet wilt overslaan zijn: Opera Bar, The Lord Nelson Brewery Hotel, Hotel Palisade, James Squire, Endeavour Taprooms en The Rocks Market.

En dan is er ook nog Bondi Beach, een schitterende baai op 30 minuten rijden van het stadscentrum, die symbool staat voor de Australische strand- en surfcultuur. Surfen, joggen, yoga, … het lijkt hier op één grote outdoor fitness, waar naast de sixpacks en wespentailles in strakke wetsuits, toch vooral de Icebergs Pool, aan het begin van de Coastal Walk, een echte blikvanger is. Word je moe van al dat sporten, of in ons geval sightseeën? De perfecte plek om op adem te komen, en vooruit, naast je espresso met vers kokoswater ook een nourish bowl te eten, is Preach Cafe, precies tussen het strand en de bushalte in. Tip: koop bij je aankomst in Sydney een herlaadbare Opal kaart voor het openbaar vervoer. Bus 333 rijdt dagelijks gestadig op en neer.

Alice Springs

Op de luchthaven van Alice Springs zie ik een enorme fotocollage van het dagelijks leven in de Outback en verander ik meteen weer in dat meisje van zes, dat ervan droomt om net zoals haar papa naar ‘Kangoeroeland’ te reizen. Maar vooraleer we de bush intrekken, verkennen we de stad en staan we voor het eerst oog in oog met aboriginals. Figuurlijk dan, want de oorspronkelijke bewoners van Australië beschouwen in de ogen kijken als een dreigend gebaar waardoor je je blik beter van hen afwendt. Een teken van de moeilijke omschakeling van het bushbestaan naar het stadsleven, want nadat de Europeanen ruim twee eeuwen geleden voet aan wal zetten in Australië is een groot deel van de inheemse bevolking helaas een gemarginaliseerde groep geworden. De gezondheidsproblemen, werkloosheid en alcoholisme, laten dan ook een diepe indruk na wanneer we door de straten van Alice Springs wandelen. Gelukkig worden die ook opgefleurd door vrolijke roze kaketoes.

Tip: Boek tijdens je verblijf in Alice Springs een Sunset Tour bij The Kangaroo Sanctuary. Zo’n rondleiding – waarbij je een baby kangoeroe mag vasthouden – is erg populair en wordt van dinsdag tot en met vrijdag begeleid door niemand minder dan Kangaroo Dundee Chris Barns. Je bent er dan ook best op tijd bij! Alternatieve trekpleisters zijn het Royal Flying Doctors Service Museum, het reptielencentrum en de zonsondergang op Anzac Hill. Verder heeft Alice Springs niet echt een ruim aanbod aan bezienswaardigheden en restaurants, maar ik raad je aan om de stad niet te verlaten zonder je te laven aan de lokale keuken. Moderne updates van traditionele gerechten zoals kangoeroe en emoe eet je op z’n allerlekkerst bij Red Ochre Grill Restaurant en wat je dan ook zeker moet proberen is de carpaccio van kangoeroe en de pad thai met krokodil. Het zal je verbazen hoeveel het witte vlees gegaard proeft naar (vettige) kip! Wil je nadien nog een stapje in de bijna-onbewoonde wereld zetten? Dat kan bij Epilogue Lounge, waar ze overigens ook een lekkere kaart hebben, en de karaokebar. Spring tot slot ook even binnen bij Outbush Alice Springs, want een vliegennetje (en hoofddeksel) zijn voor hikes in de Outback echt een must.

Outback

De volgende dag staat Damian Janner van Wayoutback ons al vroeg op te wachten met zijn 4×4 bus. Deze Australische lookalike van Dries Mertens kent de uitgestrekte Outback op zijn duim en zal er de komende vier dagen met ons kamperen. De rit tot aan Uluru, of Ayers Rock, duurt zo’n vijf uur en we willen zeker op tijd zijn want het is er momenteel ongezien druk. Op 26 oktober wordt het pad naar de top van de rots permanent gesloten en naast toeristen zijn er nu dan ook veel Australiërs die de iconische landmark een laatste keer willen beklimmen. Nadien is alleen het pad rondom de rotsformatie nog toegankelijk, en dat tot grote opluchting van de aboriginals. Zij zien Uluru als een belangrijke, heilige plek die in verbinding staat met de voorouderlijke geesten, en protesteren dan ook al jaren tegen de beklimming. ‘Bovendien zorgt de beklimming voor heel wat overlast’, vertelt Janner. Na de ellenlange klim worden er bovenop de rots regelmatig uitwerpselen achtergelaten, die bij regenval van de rots in de waterputten van de aboriginals stromen. Om nog maar te zwijgen over het risico voor de klimmers zelf. Vandaar dat wij, en voortaan alle bezoekers, in een boog rondom de rots wandelen. En het zal je niet verbazen, zowel vanaf het wandelpad rondom als het uitkijkpunt wat verderop, is die onvergetelijk mooi.

Twintig kilometer verder in het Nationaal Park, ligt er een tweede rotsformatie waar je gelukkig wel nog avontuurlijk mag hiken. De rotspartijen van The Olgas, oftewel Kata Tjuta (wat letterlijk ‘veel hoofden’ betekent), zijn toegegeven nog mooier dan Ayers Rock en de gelegenheid om de vliegennetjes op de proef te stellen. We gaan er voor de moeilijke hike van zeven kilometer waarbij je twee lookouts aandoet, maar er is ook een korte track. Beide wandelingen door The Valley of the Winds worden goed aangegeven en onderweg vind je op een paar plaatsen een grote ton die gevuld is met drinkwater. Een voorbode voor al onze hikes in Australië, want hier zijn ze pro’s in het informeren en faciliteren van wandelaars. In Kings Canyon, in het Watarrka Nationaal Park, vind je zelfs een gratis Wifi-hotspot en openbare barbecues op gas. ‘Wordt volledig door de overheid gefaciliteerd’, legt Janner uit terwijl hij ons de BBQ-lunch voorschotelt onder een eucalyptus of widowmaker zoals ze de boom hier noemen. En als we de volgende dag tijdens een hike door de West MacDonnell Ranges uit het niets een zware tak zien afbreken, begrijpen we meteen waarom. Opletten dus. Ook voor de hitte. Want de temperaturen kunnen hier ’s zomers oplopen tot 40 graden en sommige wandelgebieden worden daardoor na tien uur ’s morgens gesloten. Hiken in de outback is dus voor de vroege vogels! 

Na een mooie zonsondergang en een douche in openlucht, kruipen we dan ook op tijd ons bed, of beter gezegd onze swag in. Zo’n slaapzak gemaakt uit dik tentstof en voorzien van een dunne mousse, leg je gewoon buiten op de grond zodat je in slaap valt onder de sterrenhemel, Melkweg incluis. Janner harkt nog snel het terrein rondom het kampvuur en beantwoordt onze verbaasde blikken met: ‘Hopelijk zien we morgen pootafdrukken van dingo’s. Ze zullen je niets doen, maar ze zijn wel dol op schoenen dus leg die goed weg.’ En dan klinkt er opeens het geluid van tegen de grond kletterende potten in de kampkeuken. Stijn en ik springen zonder nadenken uit onze swag en sluipen tot we maar een paar meter van de wilde hond vandaan staan. Niets vermoedend dat hij er straks met een van Janners waterflessen vandoor zal gaan, genieten we van onze eerste wildspotting. Want kangoeroes… die komen we tijdens deze vierdaagse helaas niet in levende lijven tegen. Kadavers van aangereden kangoeroes flitsen daarentegen als in een Peta-reclame voorbij, maar zien er nog net niet zo luguber uit als de in-vershoudfolie-verpakte staarten die we in het tankstation in de frigo naast de chips zien liggen. Daders zijn de immense road trains die het vervoer regelen in de afgelegen regio’s van de Outback en niet zomaar kunnen stoppen voor overstekend wild. Het is dus nog even wachten tot het nationale icoon van Australië op ons pad komt, maar de oostkust heeft meer in petto…”

Wordt vervolgd…

%d bloggers liken dit: